In een verwarmde woonruimte stroomt afgekoelde lucht langzaam over de vloer naar het verbrandingstoestel. In het convectiesysteem van de haard of kachel wordt deze lucht verwarmd waardoor een snel opstijgende warme luchtkolom ontstaat, die zich dan weer door de ruimte verspreidt.
In deze lucht bevinden zich dus altijd stof en andere
vervuilende deeltjes die zich zullen afzetten op koude en vooral vochtige vlakken. Vooral in een nog niet droge nieuwbouw (bouwvocht) zal zich dit probleem kunnen voordoen. Een ongewenst resultaat daarvan zou een verkleuring van muren en plafonds kunnen zijn. Overigens kan dit verschijnsel zich, bij een slecht binnenklimaat, ook in zekere mate voordoen bij radiatoren, verlichtingsarmaturen en ventilatieroosters.
Hoe kunt u deze problemen voorkomen?
- Bij een nieuw gemetselde schouw of na een verbouwing, minimaal 6 weken wachten voordat u gaat stoken. Het bouwvocht moet namelijk geheel verdwenen zijn uit wanden, vloer en plafond.
- Het vertrek waar de haard of kachel staat moet goed worden geventileerd.
- Maak zo weinig mogelijk gebruik van kaarsen en olielampjes en houd het lont zo kort mogelijk. Deze "sfeerbrengers" zorgen voor aanzienlijke hoeveelheden vervuilende en ongezonde roetdeeltjes in uw woning.
- Roken is niet alleen slecht voor uw gezondheid. Rook van sigaretten en sigaren bevat ondermeer teerstoffen, die bij verhitting eveneens op koudere en vochtige muren zullen neerslaan.



